Afgehandelde klachten

Onvolkomenheden, vergissingen en onhandigheden van de gemeente. De ombudsman spreekt de betreffende dienstonderdelen aan om dit soort zaken op te lossen. Met als doel: het herstellen van de relatie tussen de burger en de gemeentelijke overheid. Dit werk van de Gemeentelijke Ombudsman is zichtbaar in samenvattingen van de uitgevoerde klachtenonderzoeken.

De samenvattingen zijn per jaar gerangschikt. Als u een jaar aanklikt, verschijnt een overzicht van de dienstonderdelen waarover klachten zijn ontvangen.

Kies een dienst:

Kies een jaar:


Datum:31-12-2010
Dienst:Gemeentelijke Belastingdienst
Product:
Uitkomst:Deels ongegronde en deels onbevoegde klacht
Omschrijving:

De afval van een onbewoond huis

Klaagster stelt: je kunt maar van één huis de bewoner zijn en dus ook maar één keer voor dezelfde periode afvalstoffenheffing betalen. Nu hebben zij en haar partner voor twee huizen betaald, terwijl zij in het ene huis woonden en in het andere huis aan het verbouwen waren. En daar zit hem de kneep, legt de klachtencoördinator van de Belastingdienst uit. Als je in een huis aan het verbouwen bent, moet je ook betalen; de rechter steunt deze uitleg van de wettelijke bepalingen al sinds jaren. Klaagster vindt dat vreemd. De ombudsman geeft aan, dat zij eventueel bezwaar kan indienen en vervolgens beroep bij de rechter kan aantekenen tegen de heffing. Voor wat betreft de klachtencoördinator: die heeft klaagster duidelijk en snel op de hoogte gebracht.

Datum:31-12-2010
Dienst:Gemeentelijke Belastingdienst
Product:
Uitkomst:Gegronde klacht
Behoorlijkheidsnorm:Van de gemeente mag worden verwacht dat men verzoeken om informatie snel en nauwkeurig afhandelt en duidelijk uitlegt wat de achtergrond van bepaalde beslissingen is. Door onvolledig en onvoldoende helder klagers vragen te beantwoorden en traag te reageren op het WOB-verzoek van klager handelt de gemeente in strijd met de behoorlijkheidsvereisten van administratieve nauwkeurigheid, motivering en voortvarendheid.
Omschrijving:

Wel klagen, maar niet willen oplossen

Klager wil geen afvalstoffenheffing betalen. Hij is geen eigenaar en geen huurder; hij woont samen. Hij maakt dus bezwaar en daarnaast stelt hij de dienst een aantal vragen. Als er niet goed op wordt gereageerd, komt hij al snel bij de ombudsman terecht. De klachtencoördinator van de dienst geeft aan, dat de dienst inderdaad in eerste instantie beter op de vragen van klager had moeten reageren met nauwkeurigere en betere informatie. In tweede instantie heeft hij geprobeerd dit verzuim goed te maken, maar het bleek toen erg moeilijk met klager contact te leggen. Klager zag geen heil in een gesprek met zoals hij het noemt “de advocaat van de duivel”. Klager had intussen een WOB-verzoek ingediend. Daarop werd niet apart gereageerd, omdat de klachtcoördinator de intentie had een en ander meteen bij de klachtenbehandeling ter sprake te brengen. Uiteindelijk krijgt klager nogmaals via de ombudsman volledig antwoord op zijn vragen: afvalstoffenheffing moet door de gebruiker worden betaald, ongeacht of iemand eigenaar, huurder of slechts bewoner is. De dienst hanteert een aantal regels om te bepalen aan wie de rekening in eerste instantie wordt gestuurd. Klager is volgens die regels de eerst aangewezene om te betalen. De ombudsman geeft klager aan dat het inhoudelijke antwoord correct is; wel merkt zij op dat WOB-verzoeken volgens de gemeentelijke regels en de wettelijke bepalingen moeten worden behandeld. De gemeente had het verzoek dus niet mogen laten liggen. Klager vindt toch dat hij niet hoeft te betalen en vindt dat hij zich niet hoeft neer te leggen bij het oordeel van de ombudsman. Daarop nodigt zij klager en de klachtencoördinator van de Belastingdienst uit. Aan tafel wordt alles nog eens op een rij gezet. De afvalstoffenheffing moet worden betaald; de gemeente maakt zelf een keuze bij het aanwijzen van een hoofdbewoner op wiens naam de aanslag de deur uitgaat. Dat is geen wet van Meden en Perzen. De klachtencoördinator geeft klager aan, dat als zijn medebewoonster ermee instemt, hij wijziging van tenaamstelling kan aanvragen. Klager legt zich er nu bij neer.

Datum:31-12-2010
Dienst:Gemeentelijke Belastingdienst
Product:
Uitkomst:Kenbaarheidsklacht
Omschrijving:

Een bankafschrift met gevolgen

Klaagster heeft bij de dienst kwijtschelding aangevraagd. Klaagster leeft van een uitkering en gaat ervan uit dat zij de gevraagde kwijtschelding ook zal krijgen. Niets is minder waar. De dienst wijst haar verzoek af. Als klaagster informeert hoe dit kan blijkt dat de dienst heeft gekeken naar haar tegoeden bij de bank. Deze zijn te hoog om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Klaagster is het hier niet mee eens en wendt zich tot de ombudsman. De ombudsman neemt de zaak in onderzoek en constateert dat het bankafschrift van klaagster zorgt voor de afwijzing. De bank verstrekt tegenwoordig nog maar sporadisch afschriften. Op het afschrift dat klaagster aan de dienst moest overleggen staat inderdaad een bedrag dat net te hoog is om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Dat dit bedrag net te hoog is komt doordat er op het bewuste afschrift tweemaal de bijschrijving van haar uitkering vermeld staat. Weliswaar voor twee verschillende tijdvakken, maar dit leidt tot een te hoog bedrag. Als het afschrift een dag eerder was verzonden had ze zondermeer kwijtschelding gekregen, doordat er dan maar één keer een bijschrijving voor de uitkering was vermeld. De ombudsman neemt contact op met de dienst en vraagt of hiermee rekening is gehouden. De dienst geeft aan dat zij alleen naar het tegoed op de rekening kijken en niet naar de bij- en afschrijvingen. De dienst ziet in dat deze ongelukkige samenloop van omstandigheden niet tegen klaagster gebruikt dient te worden en laat weten dat ze de zaak in heroverweging zullen nemen. Uiteindelijk laat de dienst aan klaagster weten dat ze alsnog in aanmerking komt voor de kwijtschelding. Als het tweede uitkeringsbedrag er namelijk vanaf wordt gehaald komt klaagster ruimschoots in aanmerking voor de gevraagde kwijtschelding. Na een duwtje in de juiste richting heeft de dienst uiteindelijk zelfstandig het ontstane probleem opgelost. Er is hier uiteindelijk sprake van een geslaagde kenbaarheid. Klaagster stelt de ombudsman later nog op de hoogte van de voor haar gunstige uitkomst.

Datum:31-12-2010
Dienst:Gemeentelijke Belastingdienst
Product:
Uitkomst:Ongegronde klacht
Omschrijving:

Foutje: bedankt!

Klager is teleurgesteld in de Gemeentelijke belastingdienst. Al jaren heeft hij problemen met de vaststelling van de WOZ-waarde. In 2007 heeft de GBD ondanks het feit, dat hij zijn bezwaar te laat heeft ingediend, toch een verlaging van de waarde gekregen: zijn buurman had een lagere waarde en de gemeente heeft ambtshalve toen bij hem ook de waarde aangepast. Fijn voor klager dus. Een jaar later gaat het opnieuw fout: de buurman heeft een lagere waarde dan klager, en opnieuw dient klager zijn bezwaar te laat in. Dit keer gaat zijn vlieger niet op. Te laat bezwaar gemaakt, zegt de dienst. En als de dienst om een nadere reactie wordt gevraagd, blijkt dat klager in 2007 geluk heeft gehad. De ambtshalve verlaging is ten onrechte toegekend. Als het verschil tussen beide waarden minder dan 20% bedraagt, blijft ambtshalve normaal gesproken aanpassing achterwege. Hij heeft dus die ene keer geluk gehad. Zijn fout om te laat bezwaar in te dienen wordt dit keer niet gecompenseerd door een fout van de dienst. De dienst heeft intussen geleerd van de fout; klager de volgende keer vast ook.

Datum:31-12-2010
Dienst:Gemeentelijke Belastingdienst
Product:
Uitkomst:Ongegronde klacht
Omschrijving:

Kwijtschelding? Daar moet je wel wat voor doen!

Klaagster heeft bij de dienst een verzoek ingediend voor kwijtschelding. De dienst heeft hierop gereageerd door klaagster te verzoeken een negental stukken aan te leveren die nodig zijn om het verzoek te kunnen afhandelen. Klaagster stuurt slechts enkele van de gevraagde stukken aan de dienst. Hierop kan de dienst niet komen tot een toekenning van het kwijtscheldingsverzoek. Klaagster krijgt hiervan schriftelijk bericht. Ze reageert richting de dienst met een brief dat de dienst door gebruikmaking van de Koppelingswet alle benodigde gegevens zelf kan verkrijgen en vraagt tevens de ombudsman een onderzoek in te stellen naar het handelen van de dienst. De ombudsman onderzoekt de zaak en concludeert dat klaagster niet alle door de dienst gevraagde stukken heeft aangeleverd. Klaagsters beroep op de Koppelingswet snijdt geen hout, omdat deze wet is ingevoerd om de positie van vreemdelingen zonder verblijfs- of werkvergunning te kunnen verduidelijken. Doel van de Koppelingswet is het illegaal verblijf in Nederland te ontmoedigen. De Koppelingswet dankt haar naam aan het feit dat zij het recht op allerlei gemeenschapsvoorzieningen koppelt aan de vraag of iemand legaal in Nederland verblijft. Omdat klaagster volledig legaal in Nederland verblijft, als Nederlandse, is een beroep op de koppelingswet dan ook onzinnig. Klaagster dient gehoor te geven aan het verzoek van de dienst en de gevraagde gegevens te verstrekken, zodat kan worden vastgesteld of zij al dan niet recht heeft op kwijtschelding. Ze zal dus zelf in de benen moeten komen als zij kwijtschelding wenst te krijgen. De dienst heeft correct gehandeld en klaagsters klacht is derhalve ongegrond. Dit wordt klaagster schriftelijk medegedeeld.

Datum:31-12-2010
Dienst:Gemeentelijke Belastingdienst
Product:
Uitkomst:Ongegronde klacht
Omschrijving:

Niet ik, maar mijn broer....

Van wie is de auto? De wet is duidelijk: als eigenaar wordt beschouwd degene die de auto op zijn naam heeft laten registreren en dus een rijbewijs heeft. Klager heeft een andere mening. De auto staat op naam van zijn broer geregistreerd, maar hij heeft de auto voor zijn broer betaald, al heeft hij geen rijbewijs. En dan legt de Gemeentelijke belastingdienst beslag op de auto omdat broerlief een belastingschuld heeft. Kan niet, zegt klager. Kan wel, zegt de Belastingdienst en houdt vast aan de invordering van de schuld en het beslag op de auto. Ook de ombudsman staat niet aan de kant van klager al bewondert zij de broederliefde nog zo. Er is verschil tussen iets in eigendom hebben en ergens voor betalen, ook al gaat het vaak samen. Het betreft verder oude schulden: een betalingsregeling waar de broer om vraagt, ligt daarom niet meer in de rede. Voortaan dus goed opletten als je voor iets betaalt wat niet op je naam staat!

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 Volgende