Afgehandelde klachten

Onvolkomenheden, vergissingen en onhandigheden van de gemeente. De ombudsman spreekt de betreffende dienstonderdelen aan om dit soort zaken op te lossen. Met als doel: het herstellen van de relatie tussen de burger en de gemeentelijke overheid. Dit werk van de Gemeentelijke Ombudsman is zichtbaar in samenvattingen van de uitgevoerde klachtenonderzoeken.

De samenvattingen zijn per jaar gerangschikt. Als u een jaar aanklikt, verschijnt een overzicht van de dienstonderdelen waarover klachten zijn ontvangen.

Kies een dienst:

Kies een jaar:


Datum:31-12-2008
Dienst:Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten
Product:Zorg en Welzijn, huishoudelijke verzorging
Uitkomst:Gegronde klachten z.s.a.
Behoorlijkheidsnorm:Behoorlijkheidsnormen: voortvarendheid, adequate organisatorische voorzieningen Van de gemeente mag worden verwacht dat men de uitvoering van vastgesteld beleid goed inbedt in de organisatie en technische systemen zodat burgers op tijd weten hoeveel geld, waar zij volgens dat vastgestelde beleid recht op hebben, zij beschikbaar hebben. Door niet tijdig te kunnen handelen op basis van de juiste informatie waardoor burgers lange tijd in het ongewisse bleven over de feitelijke uitbetaling van hun persoonsgebonden budget huishoudelijke verzorging handelt de gemeente in strijd met de behoorlijkheidsvereisten van voortvarendheid en adequate organisatorische voorzieningen.
Omschrijving:

Trage start

Vanaf 1 januari 2008 worden de persoonsgebonden budgetten (pgb) voor huishoudelijke verzorging niet meer door het zorgkantoor, maar door de gemeente uitbetaald. Hiervoor werd eerst met een voorschotregeling gewerkt die gebaseerd was op de financiële gegevens van de cliënten over 2007. Intussen werd met behulp van door de afdeling WMO opgevraagde recentere gegevens herberekeningen uitgevoerd. Dit verliep helaas niet zonder slag of stoot. De toetsing van de gegevens aan de Verordening en de gemeentelijke beleidsregels verliep veel te traag door problemen met het computersysteem en personele onderbezetting. Maar ook ging in sommige gevallen veel tijd verloren door het zoekraken van opgevraagde gegevens en andere administratieve ongemakken. Toegezegde nabetalingen bleven te lang uit waardoor er veel onrust en onzekerheid ontstond onder cliënten. Te weinig realiseert men zich dat er sprake is van een ingewikkelde en tijdrovende aanpassing van het uitbetalingstraject. Voor uitvoering van beleid wordt bijna systematisch te weinig tijd ingeruimd en te weinig personeel beschikbaar gesteld. Dat is jammer. Zeker, omdat het hier beleid betreft voor mensen in een afhankelijke positie.

Datum:31-12-2008
Dienst:Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten
Product:Werk en inkomen, bijstand
Uitkomst:Gegronde klachten z.s.a.
Behoorlijkheidsnorm:Behoorlijkheidsnorm: voortvarendheid Van de gemeente mag worden verwacht dat men aanvragen om een tegemoetkoming snel afhandelt. Door traag te reageren op een verzoek om uitbetaling van kinderopvangkosten aan een bijstandgerechtigde handelt de gemeente in strijd met het behoorlijkheidsvereiste van voortvarendheid.
Omschrijving:

Keten van verantwoordelijkheden: bron van problemen

De gemeente verleent bijstand en geeft een re-integratieopdracht aan een externe organisatie. Klaagster zal worden bijgeschoold. In deze scholingsperiode moet haar kind naar de kinderopvang. De kosten voor de kinderopvang worden via het re-integratiebedrijf betaald. Voor klaagster loopt dit helaas niet zoals de bedoeling is. Ze krijgt de rekening van tweehonderd euro maar niet vergoed ondanks herhaald aandringen bij het bedrijf en de gemeente. Uiteindelijk moet de ombudsman er aan te pas komen. De bijstandsambtenaar komt in actie. Pas na twee maanden ziet het re-integratiebureau kans het bedrag uit te betalen. Voor mensen op bijstandsniveau is tweehonderd euro een groot bedrag. Een schuld ontstaat in korte tijd, de aflossing ervan duurt meestal lang. Kortom: die samenwerking tussen gemeente en bedrijf moet sneller tot resultaat voor burgers kunnen leiden om financiële problemen te voorkomen.

Datum:31-12-2008
Dienst:Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten
Product:Werk en inkomen, bijstand
Uitkomst:Deels ongegrond en deels onbevoegde klacht z.s.a.
Omschrijving:

Studeren met bijstand?

Een advocaat vraagt dringend aandacht voor zijn cliënte. Deze was bezig met een studie en ontving daarbij bijstand. Aan die bijstand was een einde gekomen, omdat er volgens de bijstandsconsulent een zogenaamde voorliggende voorziening was: de studiefinanciering. De vrouw voelde zich op het verkeerde been gezet: haar was anders voorgespiegeld. Tegen de beëindiging van de bijstand heeft de advocaat bezwaar aangetekend. Ook heeft de vrouw besloten de studie te beëindigen. Ze heeft opnieuw bijstand aangevraagd, maar moet al meer dan twee maanden wachten op een beslissing. Nu lopen haar schulden op en bovendien heeft ze ook geen geld meer om eten te kopen. Onbehoorlijk, vindt de advocaat.

Bij haar onderzoek stuit de ombudsman op aanvullende gegevens. De bijstand is niet van het ene op het andere moment gestopt. De vrouw was herhaaldelijk gewezen op de mogelijkheid studiefinanciering aan te vragen. Ze had dit geweigerd, omdat ze niet wilde bijlenen of wilde bijverdienen. Daarom is haar bijstand volgens de bijstandsconsulent terecht beëindigd: een zaak die niet ter beoordeling van de ombudsman staat. Naar aanleiding van haar aanvraag is de vrouw uitgenodigd voor een voorlichtingsbijeenkomst. Omdat ze niet is verschenen, is de aanvraag pas later in procedure gebracht. Ook rond de aanvraag om een voorschot zijn er strubbelingen geweest: de vrouw weigerde de overeenkomst te tekenen waarin zij moet verklaren zich beschikbaar te houden voor de arbeidsmarkt. Op dat moment wilde zij nog vrij zijn alsnog voor de studie te kiezen. Kortom: de vrouw heeft het aan zichzelf te wijten, dat de aanvraag pas laat in behandeling is genomen. De ombudsman dringt er bij de advocaat op aan zijn cliënte te wijzen op haar informatieplicht. Laat haar alle gevraagde papieren meenemen, dan kan de aanvraag met spoed worden afgehandeld. Een voorschot zit er niet meer in: het gesprek over de bijstand vindt op een zodanige korte termijn plaats dat de beslissing op de aanvraag om een voorschot binnen dezelfde tijd zou zijn genomen als op de aanvraag zelf. Overigens waarschuwt de ombudsman dat met het verlenen van bijstand de schulden uit het verleden niet zullen kunnen worden opgelost. Wellicht geldt dat ook voor de schuld aan de raadsman voor verleende hulp. De bijstandsconsulent weet nog te vertellen, dat de vrouw intussen heeft aangegeven geen gebruik meer te maken van de assistentie van een raadsman! Dat doet de ombudsman dus ook niet meer.


Datum:31-12-2008
Dienst:Onderwijs, Cultuur en Welzijn
Product:Onderwijs en vorming, leerplicht
Uitkomst:Ongegronde klacht
Omschrijving:

Ziek van de Haagse school

Klaagster zoekt een goede school voor haar kind. Om allerlei redenen wil zij dat haar zoon in Leiden naar school gaat. De gemeente zou dit volgens haar op oneigenlijke gronden onmogelijk maken. Het is echter niet de gemeente die zaken compliceert maar Haagse regelgeving. Het blijkt dat een Regionaal Opleidingen Centrum (ROC) sinds januari 2007 niet meer de mogelijkheid heeft een leerling in een andere gemeente te plaatsen. De leerplichtambtenaar heeft allerlei alternatieven onderzocht, maar geen daarvan biedt de gewenste uitkomst: weg uit Den Haag. Ook na het indienen van de klacht biedt de afdeling Leerplicht hulp aan bij het zoeken naar een goede oplossing. De ombudsman vindt dat de gemeente alles wat binnen het vermogen ligt, heeft gedaan om te helpen: klaagster zal binnen de grenzen van het mogelijke en dus binnen de grenzen van Den Haag een oplossing moeten zoeken. Moeten, want haar zoon is nog leerplichtig.

Datum:31-12-2008
Dienst:Onderwijs, Cultuur en Welzijn
Product:Klantenservice, integriteit
Uitkomst:Ongegronde klacht
Omschrijving:

Als werkgever moet de gemeente zich ook behoorlijk gedragen

Klager schrijft een brief waarin hij zijn werkgever, de gemeente en meer in het bijzonder de dienstleiding van OCW beticht van onbehoorlijk werkgeverschap. Hij zou recht hebben op de functie waarnaar hij gesolliciteerd had. Die functie zou hem zelfs zijn toegezegd. De afwijzing is gebaseerd op mededelingen van derden; men zou zich in beledigende termen over hem uitlaten. Over de uitkomst van zijn beoordeling is hij verder nog in een juridisch gevecht met de gemeente bij (de rechter) verwikkeld.

De gemeentesecretaris heeft zich in eerste instantie over zijn klachten gebogen. Zij is daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Een dik dossier toont aan dat over en weer uitgebreid argumenten zijn gewisseld en bewijsmateriaal is aangedragen. Zij verklaart zijn klachten (grotendeels) ongegrond. De ombudsman is het met de gemeentesecretaris eens. Er zijn geen beloften gedaan en de leiding van de dienst komt een ruime bevoegdheid toe bij de beoordeling of men een kandidaat voor een functie wil aannemen. Voor de stelling dat een directeur zich in beledigende termen heeft uitgelaten, vindt de ombudsman geen steun in het materiaal dat haar ter beschikking staat. Ook de ombudsman verklaart de klacht ongegrond. De beoordeling van de beoordeling laat zij, gelet op de wettelijke bepalingen, aan de rechter.


Datum:31-12-2008
Dienst:Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Leden van het College van Burgemeester en Wethouders
Product:Klachtenservice, bezwaar en beroep
Uitkomst:Ongegronde klacht
Omschrijving:

Waakhond!

Klager is volhardend. Al jarenlang ligt hij in de clinch met de gemeente. Naar zijn mening heeft de gemeente op onjuiste gronden zijn activiteiten onmogelijk gemaakt. Hij heeft hierover talrijke procedures gevoerd, maar is daarmee inhoudelijk gezien niet veel verder gekomen. Ook heeft hij al een aantal keren de ombudsman gevraagd onderzoek te doen, maar deze heeft zich merendeels onbevoegd verklaard: de rechter heeft in zijn geval het laatste woord. Nu vraagt hij de ombudsman onderzoek te doen naar zijn inziens incorrecte informatie die de betrokken wethouder aan de raadscommissie zou hebben verschaft over zijn dossier. Ook stelt hij onheus te zijn bejegend door een van de ambtenaren: deze zou een onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven die klager als grievend had ervaren. De ombudsman antwoordt klager dat het in eerste instantie aan de raad zelf is te waken over de volledigheid van de informatie die verschaft wordt. Verder blijkt uit navraag bij de betrokken ambtenaar dat deze ook geen prettige herinnering heeft aan het contact tussen hemzelf en klager. Hij werd in de raadszaal aangesproken op een onderwerp waar hij geen directe verantwoordelijkheid voor draagt. Bovendien week klager niet van zijn zijde ondanks het feit, dat de ambtenaar duidelijk te kennen gaf geen verder contact op dat tijdstip en die locatie te wensen. Hij had de houding van klager als zeer dwingend ervaren. Zijn opmerkingen richting klager, die deze als grievend had ervaren, waren zijns inziens weliswaar kortaf maar naar hun strekking correct. De ombudsman geeft klager aan, dat het door hem gekozen moment en de wijze waarop hij contact zocht, bijzonder ongelukkig waren: een ambtenaar bezoekt een raadsvergadering ter ondersteuning van het college en na afloop van een vergadering is zijn aandacht meestal nog steeds op de leden van het college gericht. De door klager als grievend ervaren houding is volgens de ombudsman niet onbehoorlijk.

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 Volgende