Afgehandelde klachten

Onvolkomenheden, vergissingen en onhandigheden van de gemeente. De ombudsman spreekt de betreffende dienstonderdelen aan om dit soort zaken op te lossen. Met als doel: het herstellen van de relatie tussen de burger en de gemeentelijke overheid. Dit werk van de Gemeentelijke Ombudsman is zichtbaar in samenvattingen van de uitgevoerde klachtenonderzoeken.

De samenvattingen zijn per jaar gerangschikt. Als u een jaar aanklikt, verschijnt een overzicht van de dienstonderdelen waarover klachten zijn ontvangen.

Kies een dienst:

Kies een jaar:


Datum:31-12-2009
Dienst:Dienst Burgerzaken
Product:
Uitkomst:Ongegronde klacht z.s.a.
Omschrijving:

What’s in a name

De aanstaande ouders, een Nederlandse vrouw en een Franse man hebben het voornemen bij de DBZ een zogenaamde akte van erkenning te laten opmaken “van elk kind waarvan een vrouw thans zwanger is”. Daarbij willen zij als achternaam voor het kind kiezen voor zowel de geslachtsnaam van de aanstaande moeder als die van de aanstaande vader. Dit blijkt volgens de DBZ naar Nederlands recht niet mogelijk. Volgens de aanstaande ouders zou dit echter naar Frans recht wel mogelijk zijn. Zij vinden dat Nederland zich daaraan dient te houden. Men beroept zich hierbij op een uitspraak van het Europese hof waarbij het wel mogelijk gemaakt zou zijn dat een Belgisch-Spaans kind in België, conform Spaans familierecht, zowel de achternaam van de vader als die van de moeder mag dragen, hoewel dat in België voor een kind met alleen de Belgische nationaliteit niet mogelijk zou zijn geweest. In het Belgische geval echter bleek het te gaan om een kind dat eerst was aangegeven op de Spaanse ambassade cq. in Spanje, waar het onder bepaalde voorwaarden wettelijk wel mogelijk is dat een kind zowel de achternaam van de moeder als die van de vader draagt. De uitspraak van het Europese hof daarover kwam hier op neer dat het kind in België met het oog op de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid onder dezelfde namen geregistreerd diende te worden dan waaronder het elders in de Europese Gemeenschap al officieel geregistreerd stond. Het bijzondere in dat geval was zoals gezegd dat het betrokken kind eerst in Spanje was aangegeven en later in België. In geval van klagers zou dit betekenen dat men na de geboorte het kind, dit eerst op de Franse ambassade cq. in Frankrijk moest laten inschrijven en pas daarna in Nederland. Probleem daarbij was echter dat erkenning door de vader voorafgaand aan de geboorte van het kind dan niet mogelijk zou zijn en daar was het de aanstaande ouders nu juist om te doen. De ombudsman stelde vast dat de dienst correct had gehandeld.

Datum:31-12-2009
Dienst:Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn
Product:
Uitkomst:Gegronde klachten z.s.a.
Behoorlijkheidsnorm:Behoorlijkheidsnorm: redelijkheid Van de gemeente mag worden verwacht dat men bij de beoordeling van een aanvraag om een vergoeding leerlingenvervoer een redelijke afweging maakt tussen de belangen van de aanvrager en de belangen van de gemeente. Door een strikte uitleg te hanteren van het begrip woonplaats en de individuele omstandigheden van de aanvraagster onvoldoende in de afweging te betrekken handelt de gemeente in strijd met het behoorlijkheidsvereiste van redelijkheid.
Omschrijving:

Kun je op een logeeradres wonen?

Klaagster heeft een pleegdochter onder haar hoede genomen: zeer lofwaardig, want de zorg voor een pleegkind is geen eenvoudige opgave. De dochter bezoekt het speciaal onderwijs. Gelukkig ligt de school dicht bij het huis van de pleegmoeder en kan deze het vervoer naar school zelf regelen. Dat wordt anders als goede zorg vereist, dat het pleegkind geleidelijk aan meer los moet komen van de pleegmoeder: het pleegkind gaat gedurende twee dagen per week naar een logeeradres. Eigen vervoer naar school is er dan niet meer bij. Te gevaarlijk. De pleegmoeder, die niet al te bemiddeld is, vraagt daarop een vergoeding voor het leerlingenvervoer aan. Dat wordt geweigerd. De vrouw betaalt vervolgens het taxivervoer uit eigen zak en schakelt de ombudsman in. En dan ontspint zich een hele discussie over de bedoelingen van de regeling, het begrip woonplaats versus het logeeradres en het eventueel toepassen van de hardheidsclausule (als de regeling formeel geen mogelijkheden biedt, zou dan een beroep op de hardheidsclausule gegeven de omstandigheden niet in de rede liggen?). Na enig heen- en weer geschrijf en getelefoneer vraagt de ombudsman aan de betrokken ambtenaar zich toch nog eenmaal over de aanvraag te buigen. Deze roept de hardheidsclausule commissie bijeen. Na rijp beraad wordt alsnog gekozen voor een uitbreiding van het begrip woonplaats. Nu er sprake is van een vast logeeradres moet dit als feitelijke woonplaats worden gezien al is het maar een woonplaats voor twee nachten.De pleegmoeder krijgt alsnog recht op een vergoeding leerlingenvervoer. Vanaf wanneer: vraagt de ombudsman. De dienst besluit dan gelukkig dat het besluit terugwerkende kracht heeft. De vergoeding wordt toegekend vanaf het moment waarop de aanvraag betrekking heeft en de gemaakte taxikosten worden aan de pleegmoeder uitbetaald.

Datum:31-12-2009
Dienst:Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn
Product:
Uitkomst:Gegronde klachten z.s.a.
Behoorlijkheidsnorm:Behoorlijkheidsnorm: redelijkheid Van de gemeente mag verwacht worden dat bij de voorbereiding van aangepast beleid op het gebied van leerlingenvervoer rekening gehouden wordt met de bijzondere omstandigheden van leerlingen met een beperking en dient de gemeente om de noodzaak van leerlingenvervoer vast te stellen voor bedoelde categorie leerlingen genoegen te nemen met bewijsstukken die voor belanghebbende ouders op de minst omslachtige wijze te verkrijgen zijn. Door opnieuw een medische keuring te vragen van een kind dat al een school voor speciaal onderwijs volgt, handelt de gemeente in strijd met het behoorlijkheidsvereiste van redelijkheid.
Omschrijving:

Overdone

Het nauwelijks vierjarig zoontje van klaagster is leerling van een Zoetermeerse school voor onderwijs en dienstverlening aan doven, slechthorenden en communicatief beperkten. De afdeling Leerlingzaken van de dienst OCW, stelt aan klaagster en andere ouders, willen zij ook voor het resterende schooljaar in 2010 in aanmerking komen voor leerlingenvervoer, een aanvullende eis. Die komt er op neer, dat er een verklaring van een onafhankelijke medisch specialist dient te worden overlegd waaruit blijkt dat het kind geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, ook niet onder begeleiding. De ombudsman brengt de betrokken ambtenaar onder de aandacht dat het hier zeer jonge kinderen betreft met vaak ernstige beperkingen. Daar komt nog bij dat het een regionale school betreft die lang niet voor elke ouder “om de hoek” ligt, zodat eventuele begeleiding in het openbaar vervoer onevenredig veel tijd kost. Het blijkt de betrokken dienst te gaan om oneigenlijk gebruik van het leerlingenvervoer tegen te gaan. De betrokken ambtenaar gaf ruiterlijk toe zich te kunnen voorstellen, dat aangescherpte regels de ouders en de betrokken school rauw op het dak gevallen waren. Dat kwam omdat het hier geen Haagse school betrof. Men had daardoor verzuimd de school te betrekken bij het overleg over een verscherpte toepassing van de regels met betrekking tot het leerlingenvervoer. Omdat het hier een specifieke school betreft, wordt voor wat betreft de noodzaak van leerlingenvervoer voorlopig genoegen genomen met een verklaring van de begeleidingscommissie van de school. Zo is het leerlingvervoer voor 2010 gegarandeerd. Verder overleg, ook met de Zoetermeerse school, volgt.

Datum:31-12-2009
Dienst:Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten
Product:
Uitkomst:Deels ongegronde en deels onbevoegde klacht
Behoorlijkheidsnorm:Behoorlijkheidsnorm: redelijkheid Van de gemeente mag verwacht worden dat bij de voorbereiding van aangepast beleid op het gebied van leerlingenvervoer rekening gehouden wordt met de bijzondere omstandigheden van leerlingen met een beperking en dient de gemeente om de noodzaak van leerlingenvervoer vast te stellen voor bedoelde categorie leerlingen genoegen te nemen met bewijsstukken die voor belanghebbende ouders op de minst omslachtige wijze te verkrijgen zijn. Door opnieuw een medische keuring te vragen van een kind dat al een school voor speciaal onderwijs volgt, handelt de gemeente in strijd met het behoorlijkheidsvereiste van redelijkheid.
Omschrijving:

Schadeloos gesteld?

Het lijkt een geluk bij een ongeluk: een schadeloosstelling krijgen als je onteigend wordt. Maar klager voelt het als dubbel ongeluk want hij leeft van de bijstand en vindt dat hij ten onrechte niet kan profiteren van de financiële meevaller. Hij klaagt ook over de wijze waarop zijn bijstandambtenaar in deze is opgetreden. Er is een verrekeningsmethodiek op los gelaten en een groot deel van de vergoeding is vervolgens verrekend met te ontvangen bijstand. Gedurende een periode krijgt hij geen bijstand; hij moet dan van zijn eigen geld leven. Klager is het met de rekensommen niet eens. De ombudsman meldt klager, dat de wijze waarop de berekeningsmethode is toegepast, in de bezwaarprocedure wordt beoordeeld. De ombudsman onthoudt zich in principe dan van bemoeienis. In deze procedure krijgt hij overigens deels gelijk: de berekeningen moeten opnieuw. Dan de houding van de ambtenaar: de algemeen directeur van de dienst vindt die houding ook niet correct en verklaart de klacht op dat punt gegrond. Een beroep op de ombudsman heeft voor wat dat laatste geen zin: men kan nu eenmaal niet meer gelijk dan gelijk krijgen.

Datum:31-12-2009
Dienst:Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten
Product:
Uitkomst:Gegronde klachten met aanbeveling
Behoorlijkheidsnorm:Behoorlijkheidsnorm: administratieve nauwkeurigheid, motivering Van de gemeente mag worden verwacht, dat men zijn taak zorgvuldig en nauwgezet uitvoert. Door in de brief waarin de klacht over schending van integriteit wordt afgehandeld onvolledige informatie te verschaffen en de motivering van beoordeling van de klacht niet te baseren op de feitelijke uitkomsten handelt de gemeente in strijd met de behoorlijkheidsvereisten van administratieve nauwkeurigheid en motivering.
Omschrijving:

Schadeloos gesteld?

Het lijkt een geluk bij een ongeluk: een schadeloosstelling krijgen als je onteigend wordt. Maar klager voelt het als dubbel ongeluk want hij leeft van de bijstand en vindt dat hij ten onrechte niet kan profiteren van de financiële meevaller. Hij klaagt ook over de wijze waarop zijn bijstandambtenaar in deze is opgetreden. Er is een verrekeningsmethodiek op los gelaten en een groot deel van de vergoeding is vervolgens verrekend met te ontvangen bijstand. Gedurende een periode krijgt hij geen bijstand; hij moet dan van zijn eigen geld leven. Klager is het met de rekensommen niet eens. De ombudsman meldt klager, dat de wijze waarop de berekeningsmethode is toegepast, in de bezwaarprocedure wordt beoordeeld. De ombudsman onthoudt zich in principe dan van bemoeienis. In deze procedure krijgt hij overigens deels gelijk: de berekeningen moeten opnieuw. Dan de houding van de ambtenaar: de algemeen directeur van de dienst vindt die houding ook niet correct en verklaart de klacht op dat punt gegrond. Een beroep op de ombudsman heeft voor wat dat laatste geen zin: men kan nu eenmaal niet meer gelijk dan gelijk krijgen.

Datum:31-12-2009
Dienst:Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten
Product:
Uitkomst:Gegronde klachten met aanbeveling
Behoorlijkheidsnorm:Dossier 2008-211 (zie ook de leden van het College burgemeester en wethouders) Behoorlijkheidsnorm: administratieve nauwkeurigheid, motivering Van de gemeente mag worden verwacht, dat men zijn taak zorgvuldig en nauwgezet uitvoert. Door in de brief waarin de klacht over schending van integriteit wordt afgehandeld onvolledige informatie te verschaffen en de motivering van beoordeling van de klacht niet te baseren op de feitelijke uitkomsten handelt de gemeente in strijd met de behoorlijkheidsvereisten van administratieve nauwkeurigheid en motivering.
Omschrijving:

Familieruzie en het werk

Klager schrijft de ombudsman een brief. Daarin meldt hij dat zijn klacht bij het Meldpunt Integriteit zijn inziens niet goed is afgehandeld. Begin 2007 heeft hij de leidinggevende van een voormalig familielid geschreven met het verzoek onderzoek te doen naar een mogelijk onbevoegde raadpleging van zijn persoonsgegevens dan wel die van zijn broer, met wie de echtgenote van de medewerker getrouwd is geweest. De familie zou daardoor schade hebben geleden. De leidinggevende schrijft dat hij geen reden tot onderzoek heeft: hij vertrouwt zijn medewerker. Klager herhaalt zijn verzoek; de leidinggevende volhardt in zijn stellingname. Klager heeft daar geen genoegen mee genomen en geeft zijn klacht over de vermoedelijke onbevoegde raadpleging van zijn persoonsgegevens door aan het Meldpunt Integriteit. Na geruime tijd geeft de Stuurgroep Integriteit de algemeen directeur van de dienst SZW, onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken medewerker valt opdracht nader onderzoek te doen. Uit dit onderzoek komt naar voren, dat de medewerker inderdaad drie keer onbevoegd inzage heeft gehad in de persoonsgegevens van klager en zijn broer. Men heeft de betrokken medewerker hierop aangesproken. Overigens blijkt de inzage niet kennis over gegevens te kunnen opleveren, waarvan klager veronderstelt dat die tot schade heeft geleid. Klager krijgt echter een wat vreemd antwoord. De ambtelijk secretaris schrijft, dat het onderzoek al in 2007 heeft plaatsgevonden, dat de betrokken ambtenaar toen al op zijn gedrag is aangesproken; er zou sprake zijn van eenmalig onbevoegd inzage, te weinig om van schending van integriteit te spreken. Zijn klacht wordt ongegrond verklaard. Al deze zaken worden door de ombudsman op basis van dossieronderzoek en nadere vragen aan de gemeente achterhaald en op een rij gezet. Zij kan niet anders dan concluderen, dat de brief van de ambtelijke secretaris van de Stuurgroep onvolledige informatie bevat. De ombudsman is van oordeel dat er door de gemeente een nieuwe brief naar klager moet worden gestuurd, die wel de juiste informatie bevat. Zij is ook van mening dat de ongegrondverklaring in het licht van de feiten niet passend is: er is onbevoegd gekeken in de persoonsregistratie. Ongeacht het aantal keer, is dat op zichzelf schending van integriteit. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat hun persoonsgegevens alleen worden ingezien door ambtenaren die daartoe bevoegd zijn. Ongeacht of er schade is geleden of niet: inzage om welke persoonlijke reden dan ook, mag niet voorkomen. Daarnaast geeft zij het college in overweging de afhandeling van klachten over schending van integriteit op een hoger niveau te laten plaatsvinden dan in dit geval is gebeurd. Ook vraagt zij nog aandacht voor de wijze waarop de interne klachtafhandeling gebeurt. De tweede brief van klager aan de leidinggevende van de betrokken medewerker had voor deze reden moeten zijn geweest, de klacht te laten afhandelen volgens de procedure interne klachtafhandeling. Kennis over deze procedure zakt vaak na verloop van tijd in de benen, aan de gemeente om daar van tijd tot tijd op passende wijze aandacht voor te vragen. Klager ontvangt hierop een correcte brief. De gemeente geeft verder aan de aanbevelingen te betrekken bij de nieuwe opzet van de regeling over het Meldpunt schending integriteit.

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 Volgende