Afgehandelde klachten

Onvolkomenheden, vergissingen en onhandigheden van de gemeente. De ombudsman spreekt de betreffende dienstonderdelen aan om dit soort zaken op te lossen. Met als doel: het herstellen van de relatie tussen de burger en de gemeentelijke overheid. Dit werk van de Gemeentelijke Ombudsman is zichtbaar in samenvattingen van de uitgevoerde klachtenonderzoeken.

De samenvattingen zijn per jaar gerangschikt. Als u een jaar aanklikt, verschijnt een overzicht van de dienstonderdelen waarover klachten zijn ontvangen.

Kies een dienst:

Kies een jaar:


Datum:31-12-2007
Dienst:Dienst Stedelijke Ontwikkeling
Product:Bouwen en wonen, erfpacht in Den Haag
Uitkomst:Gegronde klacht
Behoorlijkheidsnorm: Behoorlijkheidsnorm: adequate organisatorische voorzieningen. Van de gemeente mag worden verwacht dat de administratieve organisatie zo is ingericht, dat men over de juiste informatie beschikt met betrekking tot adresgegevens van eigenaren van een woonhuis in Den Haag en zich tot eigenaren wendt indien het voor hen bestemde informatie betreft. Door voor eigenaren relevante correspondentie met betrekking tot de afkoop van erfpacht te richten tot de bewoners van een huis, niet zijnde eigenaren handelt de gemeente in strijd met het behoorlijkheidsvereiste van adequate organisatorische voorzieningen.
Omschrijving:

Aanpassing procedure

Klager bezit een huis in Den Haag maar woont al jaren in een andere gemeente. Al enige tijd geleden heeft hij de erfpachtrechten afgekocht en kwam er bij toeval achter dat de buren/eigenaren van het huis naast het zijne in Den Haag aanzienlijk minder afkoopkosten hadden betaald, omdat ze veel eerder dan klager in de gelegenheid gesteld waren om de erfpacht af te kopen. Die aanbiedingen voor (voordeliger) vervroegde aanbiedingen zijn ook aan de bewoners van klagers huis gestuurd, maar die hebben de aanbieding kennelijk niet of veel te laat aan klager doorgeleid. De afdeling erfpacht staat aanvankelijk op het standpunt dat hen niets te verwijten valt, omdat men zoals altijd de adresgegevens van huiseigenaren bij het kadaster controleert. De ombudsman daarentegen constateert dat dit in dit geval niet voldoende gebleken is en geeft de afdeling in overweging adresgegevens van huiseigenaren in het vervolg ook via de Gemeentelijke Basisadministratie te controleren om er zo achter te komen of de huiseigenaar al dan niet in z’n eigen huis woont. Na overleg met de gemeenteadvocaat neemt de afdeling de suggestie van de ombudsman over. Klager wordt alsnog in de gelegenheid gesteld gebruik te maken van de vervroegde voordeliger aanbieding.

Datum:31-12-2007
Dienst:Dienst Stedelijke Ontwikkeling
Product:Klachtenservice, klachten
Uitkomst:Gegronde klacht
Behoorlijkheidsnorm:Behoorlijkheidsnorm, adequate organisatorische voorzieningen. Van de gemeente mag worden verwacht dat de administratieve organisatie zodanig is ingericht dat binnengekomen brieven goed worden geregistreerd, van een ontvangstbevestiging worden voorzien en tijdig worden beantwoord. Beide diensten hebben niet gereageerd op brieven van klaagster, waardoor in strijd is gehandeld met het behoorlijkheidsvereiste van adequate organisatorische voorzieningen. Ook indien op de binnengekomen brief telefonisch wordt gereageerd, verdient het aanbeveling een ontvangstbevestiging te sturen. De dienst heeft de aanbeveling overgenomen
Omschrijving:

Hallo, is daar iemand

Klaagster heeft in verband met de uitoefening van haar bedrijf twee brieven verzonden. Eentje naar de Bestuursdienst (BSD) en eentje naar de dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO). Van beide diensten verneemt zij niets, waarop zij een rappel stuurt naar de diensten met het verzoek om een ontvangstbevestiging. Wederom blijft het volkomen stil vanuit beide diensten. Een tweede rappel volgt in combinatie met een brief aan de ombudsman. Klaagster vraagt de ombudsman zich met de kwestie te bemoeien, opdat zij een antwoord krijgt van de diensten. De ombudsman neemt contact op met de diensten en beide laten zij weten dat er sprake is van een fout. Bij de DSO zijn klaagsters brieven ontvangen en was de afhandeling ook al in volle gang. Klaagster had in haar brief terecht gewezen op fouten die de DSO zou hebben gemaakt in haar richting en de DSO was druk doende deze te herstellen. Klaagster kon binnen enkele dagen een reactie tegemoet zien. De behandelend medewerker van de DSO liet de ombudsman weten dat zij in deze brief in zou gaan op de gemaakte fouten met betrekking tot de ontvangstbevestiging. Zij zegde toe excuses te zullen maken richting klaagster. De ombudsman heeft inmiddels een afschrift van de bewuste brief ontvangen. Klaagsters klacht in deze was gegrond. Bij de Bestuursdienst is een andere fout gemaakt. De brieven van klaagster waren ook hier ontvangen en naar aanleiding van de eerste brief is telefonisch contact opgenomen met klaagster. Hierna is niemand op het idee gekomen om klaagster nog een ontvangstbevestiging te sturen. De manager van het bewuste cluster heeft de ombudsman inmiddels laten weten dat de handelwijze met betrekking tot ontvangstbevestigingen is aangepast en dat een en ander nogmaals is besproken met de medewerkers. Telefonisch contact is prima, maar dat moet niet in de plaats komen van een ontvangstbevestiging. Klaagsters klacht over de BSD is derhalve ook gegrond. De ombudsman heeft de kwestie met klaagster besproken, waarbij zij aangaf dat beide diensten zich keurig hebben gehouden aan de met de ombudsman gemaakte afspraken. Klaagster behoefde geen schriftelijke afhandeling van haar klacht door de ombudsman.

Datum:31-12-2007
Dienst:Dienst Stedelijke Ontwikkeling
Product:Ondernemen
Uitkomst:Gegronde klacht
Behoorlijkheidsnorm: Behoorlijkheidsnorm: voortvarendheid en actieve en adequate informatieverstrekking. Van de gemeente mag worden verwacht dat men binnen redelijke termijn reageert op brieven. Door hangende de besluitvorming, die door verschillende omstandigheden ernstige vertraging oploopt en door vergeetachtigheid nog verdere vertraging krijgt, de betrokkenen niet te informeren over de vertraging handelt de gemeente in strijd met de behoorlijkheidsvereisten van voortvarendheid en actieve en adequate informatieverstrekking.
Omschrijving:

De eenvoud van het tussenbericht

Klager brengt namen een stichting zijn klacht in. Zijn stichting zou een ambtelijke toezegging hebben gekregen over een vestigingssubsidie. Het College zou eigenlijk al akkoord zijn gegaan. Nu is het maanden later en blijft het oorverdovend stil. Het blijkt uit onderzoek van de ombudsman, dat het College, alvorens definitief te beslissen, op bepaalde punten nog nadere informatie wilde. Toen is het zomer geworden en is het afronden van het dossier er bij ingeschoten. Na de interventie van de ombudsman belooft men een tussenbericht te sturen. Uiteindelijk gaat het toch nog snel het College ziet zijn vragen tot tevredenheid beantwoord en verleent de gevraagde subsidie. Slordig om de stichting niet van de vertraging op de hoogte te stellen en ook niet netjes om zelfs na de zomervakantie het dossier niet snel af te ronden, oordeelt de ombudsman.

Datum:31-12-2007
Dienst:Dienst Stedelijke Ontwikkeling
Product:Bouwen en wonen, onrechtmatig wonen
Uitkomst:Onbevoegde klacht
Omschrijving:

Dure post

Klager laat de ombudsman weten dat hij het niet eens is met de invordering van een dwangsom door de dienst. Hij is van mening dat de dienst niet voldoende aandacht schenkt aan zijn tegenargumenten. Klager stelt pas in een zeer laat stadium op de hoogte te zijn gesteld van de dwangsom. Ook is klager van mening dat de niet-ontvankelijkheidsverklaring van zijn ingediende bezwaarschrift tegen de dwangsominvordering onterecht is. Ten slotte laat klager weten dat betaling van de dwangsom het einde zou betekenen van de door hem opgerichte stichting. Het gaat hier om een stichting die mensen met kinderen helpt als ze op straat worden gezet om wat voor reden dan ook en die geen gebruik kunnen maken van noodhulp of noodopvang. De stichting heeft een woning die zij tegen kostprijs verhuren aan dergelijke gezinnen. Nobel, maar waar komt dan die dwangsom vandaan? De stichting had enige maanden voordien de woning verhuurd aan een, volgens klager, keurig gezin met een kind. Ze stonden op straat en konden nergens terecht. Via wat kennissen was de familie bij de stichting terechtgekomen en de stichting verhuurde de woning aan het gezin. Het is vervolgens de bedoeling dat het gezin de boel weer op de rails krijgt, zodat zij weer kunnen verhuizen naar een reguliere woning. Dan vinden er enkele gebeurtenissen plaats. De dienst gaat langs op het adres in verband met het vermoeden van illegale bewoning. Dit vermoeden is correct, want het keurige gezin had de woning van de stichting doorverhuurd. De dienst schrijft de eigenaar van de woning, het stichtingsbestuur, aan. Als hierop geen reactie komt, wordt een dwangsom opgelegd en als er weer niets wordt vernomen stuurt de dienst een invorderingsbeschikking. Als de daadwerkelijke acceptgirokaart op de mat valt trekt klager aan de bel bij de dienst. Klager meldt dat hij niet op de hoogte was van de correspondentie vanuit de dienst tot het moment van de rekening. Klager stelt geen post te hebben ontvangen van de dienst. Maar dat is niet geheel correct, want de dienst heeft de stukken aantoonbaar verstuurd, maar dan wel naar het adres van de stichting van klager. En laat dat adres nou het adres van de woning zijn waar het ‘nette gezin’ verblijft. Klager heeft de door hen verhuurde woning als adres van de stichting opgegeven bij alle instanties. Klager woont zelf elders en komt maar sporadisch in de verhuurde stichtingswoning. Hij wist dus niets van de illegale verhuur door zijn huurder. Het ‘nette gezin’ was inmiddels al met de noorderzon vertrokken en klager bleef met een gepeperde rekening zitten. Uiteraard had klager alle post voor de stichting naar zijn eigen adres of naar een postbus moeten laten sturen, om zo te voorkomen dat onbevoegden met de post aan de haal zouden gaan. Aan de zijde van de dienst kan de ombudsman dan ook geen onregelmatigheden constateren, waardoor de ombudsman zich onbevoegd moet verklaren nu klager indertijd bezwaar tegen de dwangsom had kunnen maken. Klager is er uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor dat hij zijn post bemachtigt. Op verzoek van de ombudsman stemt de dienst echter wel in met een gesprek met klager om te bezien of er een oplossing te vinden is met betrekking tot de rekening. De dienst nodigt klager uit voor een gesprek. Dit keer wel op het voor klager correcte adres. Tegen de niet-ontvankelijkheidsverklaring van het bezwaarschrift had klager beroep bij de rechtbank dienen in te stellen. Ook met betrekking tot deze klacht is de ombudsman onbevoegd.

Datum:31-12-2007
Dienst:Dienst Stedelijke Ontwikkeling
Product:Leefomgeving en veiligheid, groen en speelplekken
Uitkomst:Onbevoegde klacht
Omschrijving:

Vergunningvergissing

Klager heeft bezwaar aangetekend tegen de aanleg van een kunstgras trapveldje bij hem in de straat. Van de Adviescommissie Bezwaarschriften krijgt hij een ontvangstbevestiging met de mededeling dat er nog geen definitief besluit is genomen. Klagers bezwaarschrift is daarom doorgestuurd naar de behandelende dienst, de dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO), zodat deze dienst de overwegingen van klager als bedenkingen kan meenemen in de besluitvorming. Dat zint klager echter niet en hij schrijft nogmaals naar de Adviescommissie Bezwaarschriften. Intussen ontvangt hij naar aanleiding van de doorzending, bericht van de DSO met de mededeling dat de Dienst Stadsbeheer (DSB) de verkeerde bouwvergunning had aangevraagd, maar dat dit inmiddels hersteld werd. Tevens wordt gemeld dat het bezwaarschrift dat als zienswijze werd doorgestuurd door de Adviescommissie Bezwaarschriften op dat moment niet in behandeling kan worden genomen als zienswijze, omdat er op dat moment nog geen publicatie van de bouwaanvraag heeft plaatsgevonden. Om de zaak volledig te verhelderen voor klager krijgt hij enkele dagen later ook nog een antwoordbrief van de Adviescommissie Bezwaarschriften op zijn eerder gemelde reactie. Hierin wordt gesteld dat er helemaal geen bezwaar kan worden ingediend tegen de aanleg van het kunstgrasveld, omdat het een feitelijke handeling van de gemeente betreft. Hieraan ligt geen besluit ten grondslag, zodat bezwaar maken tegen de aanleg niet aan de orde is. Uiteraard is de ombudsman onbevoegd om klachten in behandeling te nemen over kwesties waartegen bezwaar en/of beroep kan worden ingesteld, maar toch lijkt hier sprake te zijn van een administratieve chaos, mede veroorzaakt door andere omwonenden die zich ook in de procedure gingen mengen. Dit is de reden dat de ombudsman verzoekt om klager en de desbetreffende andere omwonenden duidelijk te maken wat er aan de hand is, wat voor een bouwvergunning de DSB heeft aangevraagd en welke rechtsmiddelen men nog heeft. De DSO stuurt een brief waarin wordt uitgelegd dat de aanleg van het grasveld is uitgesloten van een vergunningplicht, maar dat de achter de doelen geplaatste ballenvangers wel bouwvergunningplichtig zijn. De DSB had een verkeerde lichte bouwvergunning aangevraagd en toen men daar achter kwam stonden de palen er al, zodat de zaak gelegaliseerd diende te worden door het aanvragen van de juiste zware bouwvergunning. Als zo is dan ook gehandeld. Tegen de verstrekking van de bouwvergunning van de ballenvangers staat weer een bezwaarschriftprocedure open. Hiermee werd de zaak uiteindelijk toch nog duidelijk.

Datum:31-12-2007
Dienst:Dienst Stedelijke Ontwikkeling
Product:Bouwen en wonen, subsidie woningverbetering
Uitkomst:Ongegronde klacht
Omschrijving:

Goede bedoelingen zijn niet voldoende

Klager verschijnt mede namens zijn echtgenote op het spreekuur. Hij klaagt over de dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO). Zijn vrouw is eigenaresse van een huis, dat onderdeel vormt van een Vereniging van Eigenaren. Na een aanschrijving om diverse reparaties te verrichten zijn allerlei aannemers aan de slag gegaan. Op een kwade dag zou de gemeente geconstateerd hebben dat het allemaal niet opschoot. De gemeente zou toen eigen werklui er op af hebben gestuurd. Zijn mensen zijn van de steiger gehaald en de door de gemeente ingehuurde mensen zijn aan de slag gegaan. Hij beklaagt zich over de gang van zaken en heeft de indruk dat de gemeente bevriende aannemers inschakelt zonder een ordentelijk offertetraject. De ombudsman vraagt het dossier op: twee dikke ordners. Ook klager voorziet de ombudsman van stukken. Deze laatste bieden de ombudsman helaas geen zicht op de gebeurtenissen. Wel maken ze duidelijk dat het binnen de Vereniging van Eigenaren niet bepaald botert. Uit de dienstdossiers doemt het beeld op van een eigenaresse die de overheid aan het lijntje houdt. Pas na lange tijd wordt ingegrepen. De ombudsman nodigt de betrokken ambtenaren uit de nodige vragen te beantwoorden. Al in 1999 is er een bouwkundig rapport opgesteld, waaruit de slechte onderhoudsstaat blijkt. Interne omstandigheden maken, dat de dienst verzuimt de aanschrijvingsprocedure tot een goed einde te brengen. Begin 2003 wordt er een nieuwe start gemaakt. Dan volgen dwangbevelen en kleine reparaties elkaar op. Drie jaar later heeft de gemeente er genoeg van en neemt men het over. Omdat de eigenaresse telkens wel een begin maakte met een reparatie én omdat er ook sprake was van trieste persoonlijke omstandigheden bij klager en zijn echtgenote heeft men telkens uitstel verleend. Tot 2006: de situatie in het pand was toen zodanig dat ingrijpen noodzakelijk werd. Over het offertetraject rapporteert men dat in overeenstemming met de gemeentelijke aanbestedingsregels een lijst van aannemers is opgesteld, die aan bepaalde kwaliteitseisen moeten voldoen. Van deze lijst worden twee aannemers uitgenodigd offerte uit te brengen. Gemiddeld genomen komen alle aannemers aan de beurt. De ombudsman schrijft klager dat zij alles overziend, zijn klacht ongegrond vindt. Zijn echtgenote en hij hebben vanaf 1999 de gelegenheid gehad zelf reparaties te verrichten. Zij zijn eerder té coulant dan te weinig coulant behandeld.

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 Volgende